Een Onmogelijke Liefde

Gisteren speelde en danste mevrouw De Wit de voorstelling “Een Onmogelijke Liefde” in Studio MAPA in Haarlem.

Een onmogelijke liefde is gebaseerd op de mythe van Pan: half mens, half bok en oerlelijk. Hij valt als een blok voor de prachtige jonge nymf Syrinx en wil maar één ding: haar tot de zijne maken. In zijn vasthoudendheid om haar voor zich te winnen gaat hij veel te ver en een catastrofe kan niet uitblijven. Een oeroude mythe die vele kunstenaars, schrijvers en musici inspireerde, waaronder  Claude Debussy. Hij schreef de prachtige muziek voor deze tragedie.

Fluit / naar een idee van – João Ramos Marta
Piano – Frank van de Laar
Spel & dans – Sanne Krijgsman
Regie & script – Jeroen Kriek
Begeleiding – Ide van Heiningen

Beluister hier het interview over de voorstelling van 21 september op de Concertzender.

Foto’s: Dezső Virág.

Black Hood op Fringe

Mevrouw de Wit vierde haar Fringe-debuut met Black Hood, een zeer radicale bewerking van Roodkapje. 

Een greep uit de reacties:

“Verfrissend! Soms een beetje donker, maar ook een goede lach en dikke knipoog.”

“Roodkapje op LSD. Een heerlijk surrealistisch stuk vol met absurdistische verwijzingen naar de hedendaagse beslommeringen van de (over) zelfbewuste individu. Scherp en speels geschreven, intens en lichtvoetig gespeeld. Een stuk om niet te missen.”

“Eigenzinnige troep acteurs ballen in dit verontrustende, hypnotiserende en bij vlagen hilarische sprookje hun pijn en frustraties over de grote boze buitenwereld samen. Confronterend voor 30-somethings (is het te laat voor mij?) en dromen-najagers (zijn we dat niet allemaal?). Ga dit zien!”

“Great trip. You will live all of modern life’s misery and can’t do a thing to stop the main character from falling into every possible trap this world has to offer…”

“Prachtige droomachtige burlesque nachtmerrie-achtige voorstelling!!”

“Black Hood is een ambitieuze voorstelling waarin de absurditeit van de Nederlandse samenleving en de grillige actualiteiten worden uitvergroot. Het sprookje van roodkapje wordt creatief aangewend om te reflecteren op het onzekere zelfbeeld van een jonge vrouw die gevangen is in de idiotie van een oppervlakkige samenleving. Deze vrouw is Roodkapje, zij wordt heen en weer geslingerd tussen feminisme, prestatiedruk en seksuele verlangens. Als zij eindelijk een man treft, blijkt ze voor hem slechts een geil stukje vlees en hij is de boze wolf. Hij loopt grommend zijn pik achterna en hij wil haar best ‘verorberen’, maar haar oraal bevredigen ‘oh maar’, dat is niet macho. Deze wolf denkt enkel aan zichzelf. De kleine cast van vier acteurs weten een breed palet aan onderwerpen met zwartgallige humor op te voeren zonder dat het de kijker aan iets ontbreekt of dat hij/zij zich enig moment gaat vervelen. Misschien dat de voorstelling op sommige punten te veel hooi op de vork heeft genomen: het uitbundige gebruik van readymades en een discontinue verloop van verhaal en tekst maken het soms nodeloos gecompliceerd en doet soms overdadig aan, maar het is evident dat er sprake is van een talentvolle crew die de kans verdienen om deze voorstelling nog veel vaker te spelen.”

“Geweldige show, waarin ik me plotseling gevangen voelde door de chaos en verwarring die de hoofdpersoon meemaakt. Naar het eind toe ontstaat er een spanning die emotioneel opgelost wordt als roodkapje zich overgeeft aan de de tanden van wolf….”

*Klik* voor meer info.

Foto’s: Maurice Snabilie.

Mevrouw De Wit goes Fringe

Nieuws! Mevrouw De Wit is geselecteerd om te spelen op Fringe Amsterdam met Black Hood, een vierkoppig theatercollectief dat niet vies is van een beetje zwartgalligheid.

“Hoe lang is voor altijd? Soms maar een seconde.”
– Roodkapje. Lesbos, 2016. –

Black Hood is een tragikomisch sprookje over een jonge vrouw op zoek naar zichzelf in een wereld vol dobberende boten, Tinder, Botox, Black Face en seks met robots.

Roodkapje ontdekt de wereld met haar selfiestick. Haar timeline staat vol met Thailand, Cambodja en Vietnam. Gaap. Roodkapje wil iets authentieks. Op naar Lesbos. Kan ze ook nog wat dóen. Daar blijkt ze moederziel alleen. Er waren haar vluchtelingen beloofd! Zonder bereik en zonder vrienden besluit ze dan maar het bos in te gaan. Bang voor wilde dieren is ze immers niet. Wat Roodkapje daar tegenkomt, had ze niet kunnen bevroeden. In een koortsachtige nachtmerrie nemen haar demonen steeds meer de overhand. Tot ze oog in oog staat met de wolf.

De ontknoping wacht op je in september. Houd mevrouw De Wit in de gaten voor meer details. En pas een beetje op. In dat bos.

Een pure formaliteit

Orkater, Cello8ctet Amsterdam

Gezien: 1 september 2014, Stadsschouwburg Amsterdam (try out)

Hoge grijze en roestbruine wanden, planten achter glas, wat kunststof stoelen. Duister licht. Acht cellisten, een agent, een mooie blonde assistente. Zo ziet het politiebureau eruit waar de schrijver Onoff (Perre Bokma), in goed maar besmeurd pak, zich bevindt. Nerveus loopt hij heen en weer. Mag hij even bellen? Een kop koffie? Een sigaret? Nee, hij moet wachten op de commissaris. Ondertussen klinken de celli. Filmische, meeslepende muziek. Nu eens melancholisch, dan weer opgefokt. Vertolken zij wat er in de schrijver omgaat? Het is even wennen, maar al snel neemt de muziek een vanzelfsprekende plaats in en valt zij niet meer of minder op dan de stemmen en voetstappen van de acteurs. Het is dat Onoff nu en dan uit zijn slof schiet en de muzikanten tot stilte maant.

Wat doet Onoff hier? Er is een moord gepleegd. De eens zo bekende schrijver spreekt zichzelf herhaaldelijk tegen. Of herinnert hij zich echt niets? Dat hij in de war is, is duidelijk. En dat hij niet voor niets al jaren niets meer gepubliceerd heeft, ook. De commissaris (Porgy Franssen) die hem ondervraagt, blijkt een groot bewonderaar. Ze spreken over Onoffs werk. Ondertussen probeert de commissaris te achterhalen wat er is gebeurd. Steeds meer to the point, maar uiterst kalm, bijna vaderlijk, dropt hij zijn vragen. Tatam. Tatam. Tatam.Tot de gruwelijke waarheid boven tafel komt: Onoff heeft zichzelf van het leven beroofd.

Kraakhelder is het niet, het verhaal. De plot een beetje vaag. Wellicht is dat de reden dat mevrouw De Wit niet weggeblazen wordt. Aan de mooie rollen van Bokma en Franssen ligt het niet, noch aan de muziek of het prachtige decor. Maar echt spannend? Nee.

De Club 3.0

Stichting Nieuwe Helden

Gezien: 13 juli 2014 (16:00, Over het IJ Festival)

Vechten, denken, doen

In een enorme loods zit een klein groepje mensen op de grond. Het is warm op deze laatste zondag van het Over het IJ Festival. Twee jonge mannen komen op. Het publiek wacht af. Hoe zouden die ons eens gaan entertainen? Dat valt tegen. Achterover hangen is er niet bij. Ook niet voor Mevrouw De Wit. Voor ze het weet, staat ze te vechten met een andere dame. Maar zover is het dan nog niet.

Die twee mannen zijn Lucas de Man en Michael Bloos, acteurs van Stichting Nieuwe Helden. Een idealistenclub van twintigers en dertigers die “kunstprojecten en urban actions voor de publieke ruimte creëert”. Eerder maakte Nieuwe Helden de voorstellingen De Club en De Club 2.0, gebaseerd op het boek en de film Fightclub. De Club 3.0 volgde omdat De Man en Bloos iets wilden maken dat meer aansloot op hun eigen generatie. In deze voorstelling gaan ze de dialoog aan met het publiek. Over de vraag “waar we voor vechten en voor staan. En wat we in de samenleving kunnen doen.” Dus.

Voor wie de film niet gezien heeft, willen ze nog wel even uitleggen waar die ook alweer over ging. Geen straf, ook niet voor wie de film wel gezien heeft, want deze mannen zijn meestervertellers. Je zou bijna vergeten dat je niet naar Edward Norton en Brad Pitt zit te kijken. Even meeslepend is het relaas van de twee over de vele vechtpartijen die ze organiseerden met vrienden en medestanders, om net als de hoofdfiguur in Fightclub te komen tot… ja, wat eigenlijk? Ontlading? Overgave? Het wordt tijd dat we het zelf gaan ervaren.

Wie wil er vechten?, wordt er gevraagd. Huh? Een paar aarzelende vingers gaan omhoog. Die van mevrouw De Wit niet. Mevrouw De Wit is namelijk tegen geweld. “Je mag op elk moment stoppen, ook na 2 seconden.” Oké dan. Even later teken ik een verklaring op eigen risico deel te nemen en niet onder bedwelmende middelen te verkeren. Matten worden klaargelegd, schoenen gaan uit, sieraden af. Het gaat dus echt gebeuren: we gaan vechten. En dat is minder spannend dan het lijkt. Eigenlijk best lekker.

Drie brave robbertjes vechten later gaan we, zonder bloedneuzen en builen, verder met het volgende punt op de agenda van De Nieuwe Helden: denken. Denken blijkt vooral te gaan over persoonlijke drijfveren. En om waar we vanaf willen. Dat stoppen we in een grote ton. Angst, schuldgevoel, veroordeling. Moeten, mildheid. BOEM. Weg ermee. Mevrouw De Wit heeft een flashback naar een scène in Fightclub waarin de hoofdpersoon een therapiegroep bezoekt voor mannen met zaadbalkanker. Een ziekte die hij niet heeft, maar het praten en huilen erover lucht enorm op, ontdekt hij na een tip van zijn psychiater. Huilen is er niet bij in de loods. Sowieso blijft het allemaal wat lauwtjes. Zo’n voorstelling moet het voor een belangrijk deel hebben van de inzet van het publiek. Die had wel wat groter gekund.

Hoog tijd om naar het derde onderdeel te gaan: doen. De beamer gaat aan. De jonge helden gaan verder met de opsomming waar ze de voorstelling mee openden. Een opsomming van projecten van jonge mensen die iets willen veranderen in de samenleving. Van een kledingruilbeurs, een gigantisch diner van weggegooid voedsel tot eenzame bejaarden op bushokjes plaatsen om hen onder de aandacht te brengen. Leuke plaatjes en mooie verhalen leveren ze op, die acties. Leuk om over te Twitteren en goed voor je c.v. Wat dat betreft doen de twintigers en dertigers van nu niet onder voor de demonstratie-generatie. Doe goed en zie niet om, was altijd al een zeldzaam fenomeen. Maar wat maakt het uit? Van cynisme is nog nooit iemand beter geworden. Dus hup mevrouw De Wit, denk aan het bandje dat je hoorde toen je na De Club 3.0 dat telefoonnummer belde, op dat briefje dat je van Lucas de Man en Michael Bloos kreeg. Niks moet, maar als je het wilt, ga dan vooral wat doen.

Siena

La Veronal, Marcos Morau

Gezien: 9 juli 2014, Stadsschouwburg (julidans)

Een vrouw zit op een bankje in een museum. Ze kijkt naar een schilderij. Bij de deuropening staat een man in pak. Een suppoost wellicht? Het is een helder beeld dat we allemaal wel kennen. Dan komen er twee figuren op in schermpak, hun gezichten bedekt door maskers. Ze lopen weer af. Heel kort is het donker. Maar voor je met je ogen hebt kunnen knipperen, staan ze er weer. Het is deze mix van herkenbare beelden en bizarre gebeurtenissen die ontregelen en van Siena zo’n spannende choreografie maken.

Hoe kijken mensen tegen het menselijk lichaam aan? Hoe verbeelden we het in de kunst? En wie kijkt er nu eigenlijk naar wie? Dat vertelt Siena, een gedanste en vertelde – muziek wordt afgewisseld met een voice-over – geschiedenis. De dansers zijn het ene moment in het nu, het volgende in het schilderij. Afwisselend dood, levend en overvloeiend in elkaar.

Dat laatste kenmerkt de hoogtepunten van een voorstelling waarbij mevrouw De Wit sowieso al een uur op het puntje van haar stoel gekluisterd zit. Twee dansers die in een spectaculaire pas de deux één lichaam lijken te vormen, een groepje van vier dat zo vloeiend samen beweegt dat de individuen niet meer te onderscheiden zijn. Het is meer dan fascinerend.

Een aantal bezoekers verlaat de zaal vroegtijdig voor de halve finale van het Nederlands elftal. Een grote fout; en niet alleen omdat onze jongens er zo weinig van bakten. Hopelijk is La Veronal snel weer in Nederland, want dit smaakt naar veel meer.

 

 

 

Amsterdammers

Orkater

Gezien: 14 juni 2014, Marcanti, Amsterdam

Meeslepend muziektheater over 30 jaar Amsterdam

Wie denkt aan de kroning van Beatrix in 1980, ziet de beelden van de massale protesten meteen voor zich: rookbommen gooiende jongeren in vale spijkerbroeken, worstelend in de armen van ME-ers. “Geen woning, geen kroning!”, roepen ze woedend. Hoe anders verliep de kroning van Willem-Alexander vorig jaar, waarbij een enkele vredelievend demonstrerende republikein preventief werd vastgezet. Waar zich overigens maar weinig Nederlanders druk over maakten. Wat is er gebeurd met die woedende jongens en meiden van dertig jaar geleden? In Amsterdammers volgen we er drie. En doorlopen we en passant dertig jaar Amsterdamse geschiedenis. 

De entree is indrukwekkend. Amsterdammers wordt gespeeld in het oude Marcantigebouw, ooit kantine voor de markthallen, theater waar o.a. Jacques Brel optrad en discotheek. Nu bezet Orkater het al jaren leegstaande gebouw voordat het binnenkort een tijdelijk restaurant wordt. Via een lange met rood-wit lint afgezette route waarbij we het ene na het andere hoekje omgaan, komen we in de oude Marktkantine. Een geïmproviseerde bar, wat ouwe meuk om op te zitten en de geur van verschaald bier. Mevrouw De Wit komt al helemaal in de stemming.

Krakers Hans, Peter en Ellen leren elkaar kennen in 1980. Ze ruziën met hun medebewoners over hoe ver gemeenschappelijkheid moet gaan, van het delen van de telefoon tot het bed. Idealen, vrije liefde, het afzetten tegen de vorige generatie; alle cliché’s over de krakersbeweging komen even geestig voorbij. Zonder dat het slapstick wordt, de drie zijn volkomen geloofwaardig. Evenals het leger aan uitstekende amateurspelers en muzikanten – ‘echte Amsterdammers’ – overigens.

Mooi is het moment dat de moeder van Hans arriveert op diens inwijdingsritueel bij de Baghwan. In onvervalst Fries stort ze haar verdriet uit over zijn afwezigheid op de begrafenis van zijn broer, die aan AIDS overleed. Of de wilde scène in de Roxy, waarin de plaatjes aan elkaar worden gepraat door een wulpse dame met een prachtig warm stemgeluid. En zo belanden we in de individualistische jaren ’90. Ellen is verslingerd geraakt aan het snelle geld en Hans aan de drugs. Peter wordt directeur van een woningbouwvereniging. Via een kind met onbekende vader, burnoutverschijnselen en andere crises, keren we met Ellen terug naar de idealen. Ze heeft haar carrière als makelaar en het bijbehorende salaris opzij gezet om les te gaan geven op een zwarte school. Met lessen over Spinoza wil ze de verheffing inzetten. En haar eigen zoon? Die gaat een kwartiertje verderop naar een witte school.

Amsterdammers is een heerlijke nostalgische voorstelling, goed gespeeld, met prachtige muziek en vol humor. Een feest voor elke Amsterdammer. En voor elke niet-Amsterdammer.